Door: 
Frits Brink
In de winter lopen dieren zowel gevaar te bevriezen als te verhongeren. Hoe overleven ze dit barre jaargetijde? Er blijken tal van aanpassingen en slimme trucs te zijn, waarmee verschillende diersoorten deze problemen oplossen. Veel zaadeters onder de vogels slagen er ook 's winters wel in om aan de kost te komen; bijvoorbeeld de groenling die verzot is op de zaadjes van de Japanse bottelroos
Bron: Geldersch landschap januari 2002

DE GEVAREN

Bevriezen

Water kristalliseert en zet uit bij bevriezen. Dit gebeurt ook in een lichaam, waardoor weefsel en zelfs eiwitmoleculen beschadigd raken. De grote eiwitmoleculen, bouwstenen van het orgaanweefsel, hebben een mantel van watermoleculen om zich heen. Zowel bij verhitten als bij bevriezen wordt de subtiele band tussen eiwit en water verbroken en verliest het eiwit zijn biologische werkzaamheid. Voor warmbloedige wezens, waarvan het optimaal functioneren van het lichaam is ingesteld op 37 graden Celsius, kan zelfs een afkoeling tot 25 graden Celsius al dodelijk zijn.

Verhongeren

Tijdens de winter staat de groei van planten stil en daarbij ook de aanmaak van nieuw voedsel voor planteneters en in het verlengde daarvan ook voor vleeseters. Er moet dus geteerd worden op voorraden. Planteneters zoeken naar de nog eetbare delen van kale bomen en struiken en verdord gras. Knollen, wortelstokken, groene bast en overgebleven vruchten hebben 's winters dan ook hun voorkeur. Roofdieren zijn aangewezen op de planteneters, insecteneters op verscholen eitjes, rupsen en poppen.
Veel dieren zorgen in de nazomer voor een speklaag waarop lange tijd kan worden geteerd. De egel bijvoorbeeld. Maar ook zijn er dieren die een opslagplaats van noten en eikels maken, zoals de eekhoorn en de gaai. Verreweg de meeste dieren zorgen ervoor dat hun lichaam heel zuinig met de beschikbare energie omgaat.

Aanpassingen

Hoe dieren de winterse periode overleven hangt ook af van warmbloedigheid of koudbloedigheid. Twee totaal verschillende typen stofwisselingsystemen. Koudbloedigheid biedt fysiologisch meer mogelijkheden voor het doorstaan van ongunstige perioden. In het dierenrijk zijn tal van aanpassingen om het gevaar van bevriezen of verhongeren af te weren: er zijn dieren die de winter gewoon trotseren, andere die een winterslaap houden en weer andere die juist actief worden.

volgende pagina

www.natuurdichtbij.nl