Lepelaars aan het opvetten in Drutense Waard 

De nieuwe natuur langs de Waal trekt van alles aan. Zo keerde de ooievaar terug naar Maas en Waal, werd daar pas nog de Kleine zilverreiger gesignaleerd. En nu zit ter hoogte van Druten een heel koppel Lepelaars. 

Lepelaars in de Drutense uiterwaarden, het zijn er tegen de dertig. Niet alleen een fraai gezicht, maar ook bijzonder. “Ik loop hier al jaren elke dag over de dijk, maar lepelaars heb ik hier nog nooit gezien”, zegt een passerende Drutenaar. Goh, wat leuk, reageert een medewerker van vogelonderzoekorganisatie Sovon.  Maar uniek is het niet; misschien wel voor  Druten hoor. Waarschijnlijk gaat het om de groep vogels die vroeger elk jaar bij Ochten neerstreek en daar om de een of andere reden is verstoord en nu naar de overkant van de Waal is getrokken”. Feit blijft dat de lepelaar nog steeds een zeldzame vogel is, die niet voor niks wordt vermeld op de rode lijst van met uitsterven bedreigde vogelsoorten.

De lepelaar is gemakkelijk te herkennen aan zijn sneeuwwitte verenpak, z’n elegante kuif en een enorme lepelvormige snavel. ’t Is een echte moerasbewoner die echter een hekel heeft aan een nat pak. Zijn voedsel bestaat uit visjes, garnalen en waterinsecten die hij op de tast bij elkaar scharrelt uit watertjes die maximaal dertig centimeter diep zijn.

In de grijze oudheid, toen Nederland nog een echt moerasland was, wemelde het hier van deze vogels. Maar door inpoldering en het overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen zakte het aantal broedparen enkele decennia geleden tot onder de 150. De laatste jaren echter begint de komst van nieuwe natuur te lonen. Tellingen wijzen uit dat er in Nederland weer een kleine duizend broedparen rondfladderen: voor een deel in het Nederlandse kustgebied, maar nog een groter aantal heeft de Wadden ontdekt waar de grote vijand van deze vogelsoort niet of nauwelijks voorkomt: de vos.

In augustus, september beginnen de vogels aan hun trektocht naar het zuiden. Veelal pakken ze de kustroute, maar de lepelaars van ’t Wad nemen als het zo uit komt ook wel de landroute. Onderweg zoeken ze een geschikte verzamelplaats. Dit jaar zijn dat dus de Drutense uiterwaarden. Daar zijn nu een stuk of dertig van die dieren neergestreken en het zit erin dat die groep de komende dagen nog verder uitgroeit.

Volgens de Sovon-medewerker zijn ze daar aan ’t opvetten terwijl ze op elkaar wachten. De hele dag wordt doorgebracht met eten, poetsen en luieren om zo voldoende reserves te kweken voor de lange vliegtocht naar Afrika.

Lepelaars zijn vlotte vliegers, die in een etmaal met gemak duizend kilometer overbruggen. Maar dat gaat ze niet in de kouwe kleren zitten. In Spanje houden ze daarom een tussenstop om te rusten, te eten en kracht op te doen voor de laatste etappe naar landen als Senegal en Mauretanië. Sommige Lepelaars leggen tijdens de vogeltrek wel 6000 kilometer af. Overigens keren de eerste vogels in februari al weer terug naar hun noordelijke zomerstek. 

De Gelderlander, 11 september 2001

Gebruik de terugfunctie in uw browser

www.natuurdichtbij.nl