Nederland een drassige delta 

Pagina 2

Los van de hoogwaterproblematiek zijn de Rijn en de Maas van grote invloed op de Nederlandse waterhuishouding. 65 Procent van het zoete oppervlaktewater in ons land is afkomstig van de Rijn en 8 procent van de Maas. De rest is afkomstig van neerslag en enkele grensoverschrijdende rivieren. Bij de waterverdeling krijgt het belang van de scheepvaart veel aandacht,want een veilig en gewaarborgd scheepvaartverkeer moet gewaarborgd blijven. De binnenvaart is voor de Nederlandse economie van grote betekenis en de komende jaren wordt een forse groei van het internationale goederenvervoer voorzien.


Meestromende nevengeulen leveren een belangrijke bijdrage aan het herstel van het rivierecosysteem Scheepvaart is een van de belangrijkste functies van de grote rivieren

De Rijn en de Maas waren vooral in de jaren'70 ernstig vervuild. De vervuiling strekt zich ook uit tot waterbodems en de uiterwaarden waar in de afgelopen decennia vervuild slib is bezonken. Geschikte schoonmaakmethoden zijn duur en opslagplaatsen voor vervuilde bagger zijn schaars. De waterkwaliteit van de Rijn is sinds de jaren'80 aanzienlijk verbeterd. In het Rijn Actie Programma hebben de Rijnoeverstaten zich verplicht de watervervuiling tussen 1985 en 1995 te halveren. Voor een groot aantal stoffen is die doelstelling ruimschoots gehaald, voor diffuse lozingen uit de landbouw, zoals mest en bestrijdingsmiddelen nog niet. In navolging van het Rijn Actie Programma wordt ook voor de Maas een internationaal actieprogramma overwogen.
Nu de waterkwaliteit verbetert, gaat ook de natuur erop vooruit. Planten en dieren die bij een natuurlijke rivier horen keren weer terug. Natuurontwikkeling langs de rivieroevers krijgt steeds meer aandacht, want als lange aaneengesloten linten in het landschap bieden de rivieren unieke kansen, mits aan een aantal inrichtingsvoorwaarden wordt voldaan. Dankzij de natuurontwikkelingsprojecten krijgt ook de recreatie nieuwe impulsen.

Functies van de grote rivieren
De grote rivieren en hun uiterwaarden kennen vele functies. Van nature zorgen ze in de eerste plaats voor de afvoer van water, ijs en sediment. De afvoercapaciteit moet daarvoor voldoende groot zijn, om te voorkomen dat de veiligheid van het gebied achter de dijken in het geding komt. Met het water voeren de rivieren ook afvalwater en overige afvalstoffen af, al wordt het meeste afvalwater in Nederland niet meer ongezuiverd geloosd.  Voor de scheepvaart zijn de rivieren belangrijke transportwegen tussen de havens aan de kust en het achterland. Rivierwater wordt gebruikt voor de winning van drinkwater en industriewater, dient als koelwater en voor beregening. 's Zomers wordt rivierwater ingelaten om oppervlaktewateren op peil te houden. In het westen van het land dient rivierwater om polders door te spoelen en zoutinfiltratie tegen te gaan. Waterkrachtcentrales in de rivieren wekken elektriciteit op. De uiterwaarden bieden plaats aan landbouw en in toenemende mate ook aan natuur en recreatie. Uit het zomerbed van de rivieren wordt zand en grind gebaggerd. In de uiterwaarden wordt klei gewonnen, ondermeer voor de baksteenindustrie, soms in combinatie met natuurontwikkelingsprojecten of dijkverzwaring.

Volgende pagina 3