pagina
1
Vanouds moesten de bewoners van het rivierengebied alert zijn op hun
veiligheid. Afvoerpieken horen bij de rivier en hun komst vakt nooit
lang van te voren te voorspellen. Door de eeuwen heen zijn de
rivierdijken voortdurend verhoogd en verzwaard en tussen de dijken zijn
de uiterwaarden meters opgeslibd. Nog verdere dijkverhoging is niet de
aangewezen weg. Daarom wordt gezocht naar alternatieven, zoals het
vergroten van de 'sponswerking van het stroomgebied en van de
bergingscapaciteit in en langs de rivier. Ruimte voor de rivier en
vergroting van de 'rek' in het riviersysteem om hoogwaterpieken te
kunnen blijven opvangen zijn de motto's van het Nederlandse
rivierbeleid.
 |
 |
Dijkdoorbraken
leidde tot enorme verwoestingen.
Klik op het plaatje voor een vergroting |
Tot
aan het eind van de vorige eeuw zijn de rivierdijken talloze
keren doorgebroken, waarbij grote delen van het rivierengebied
overstroomden.
Klik op het plaatje voor een vergroting |
Verleden tijd
Door de eeuwen heen hebben de bewoners van het rivierengebied met de
rampspoed van het water moeten leven. Dijkdoorbraken kwamen regelmatig
voor en nier alleen als gevolg van hoogwater. Kruiend ijs kon de
dijkkruinen vernielen en leide vaak tot het ontstaan van ijsdammen, die
het water opstuwden, zodat de dijken overstroomden. In tijden van
armoede en oorlog werd het dijkonderhoud vaak verwaarloosd. Bij het
naderen van vijandelijke legers was het doorsteken van dijken om een
strook land onder water te zetten een geliefde
verdedigingstactiek.
Een klassieker was de ramp van 1926, toe de Maas op Nieuwjaarsdag een
nooit eerder vertoonde recordafvoer beleefde van: zo'n 3000m3/sec bij
Borgharen. Ook de Rijn kreeg een absolute recordafvoer van 12.600m3/sec
bij Lobith te verwerken. Op enkele plaatsen bezweken de rivierdijken,
waardoor delen van het binnendijkse gebied overstroomden.
De bron van hoogwater
Voor een goede
inrichting van het rivierengebied en het voorkomen van een
overstromingsramp bij hoogwater is het belangrijk dat we het
afvoergedrag van de rivieren kennen. De snelheid van de afvoer van een
rivier wordt bepaald door rivierkenmerken als breedte, diepte en
bochtigheid en de ruwheid van de bedding. De afvoer zelf is afhankelijk
van de klimatologische omstandigheden, van de eigenschappen van het stroomgebied
en van menselijk ingrijpen.
Ondanks alle
ongemakken wonen mensen graag dicht bij de rivier. De
aantrekkingskracht van het water is en blijft groot. |
Volgende pagina 2 |