pagina
2
Klimaat
De rivieren vormen een schakel in de natuurlijke kringloop van het
water. Hoeveel water de rivieren afvoeren hangt in de eerste plaats af
van de hoeveelheid neerslag die in het stroomgebied valt in de vorm van
regen of sneeuw. Sneeuw kan enige tijd blijven liggen alvorens te
smelten. De regen wordt deels opgevangen door de vegetatie om van
daaruit te verdampen. Neerslag die de grond bereikt, zijgt daarin weg en
vult het bodemvocht aan. De rest verdampt vanaf de grond of stroomt
langs de oppervlakte af naar de waterlopen. De verdamping wordt mede
bepaald door meteorologische grootheden als straling, temperatuur,
luchtvochtigheid en wind.

|
 |
Rivieren
zijn een schakel in de kringloop van het water. Hoeveel water er
door de rivieren naar de zee stroomt hangt af van het klimaat (
neerslag, verdamping, sneeuwsmelt ) en van de eigenschappen van
het stroomgebied.
Klik op het plaatje voor een vergroting
|
Veel
dijkdoorbraken in het verleden ontstonden door ijsdammen. Door
de normalisatiewerken vanaf 1850 en door thermische
verontreiniging is de kans op ijsdammen sterk gedaald. De
grafiek laat zien dat koude winters(hoog vorstgetal) nog steeds
opterden, terwijl het jaarlijkse aantal dagen dat er ijs op de
rivieren ligt deze eeuw sterk is verminderd.
Klik op het plaatje
voor een vergroting
|
Eigenschappen van het
stroomgebied
Binnen het stroomgebied is de bodemopbouw (bijvoorbeeld zandig of juist
rotsig) van grote invloed op het waterbergend vermogen. En hoe steiler
de hellingen, hoe sneller een regenbui de rivier zal bereiken. Het
effect van deze eigenschappen is goed herkenbaar in het grillige
afvoerverloop van de Maas. Regen die in de Ardennen valt, kan een halve
dag later Maastricht gepasseerd zijn. De rotsige bodem in het
stroomgebied heeft geen groot waterbergend vermogen, zodat de neerslag
snel zal afstromen naar de rivier. Vooral 's winters, als er vrijwel
geen verdamping is, is de kans op verzadiging van de bodem groot. Dij
bevriezing verliest de bodem haar waterbergend vermogen en zal de
neerslag direct afstromen nar de rivier.

In
1757 schoot er een ijsdam vast in de Waal ter hoogte van Sint
Andries. Het gevolg was een geweldige overstroming even
stroomopwaarts bij Dreumel. |
Volgende pagina
3 |