Natuurontwikkeling
Pagina 1

Door alle rivierwerken van de afgelopen eeuwen en het landbouwkundig gebruik van de uiterwaarden hebben de rivieren hun natuurlijke karakter verloren. Bovendien zijn ze vervuild geraakt. Tegenwoordig krijgt natuurherstel langs de rivieren veel aandacht. Als lange linten in het landschap bieden ze daarvoor unieke kansen; ze zijn de ruggengraat van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland. Zolang de veiligheid en de scheepvaart niet in het geding komen, mag de natuur in het rivierengebied weer de ruimte krijgen. Inmiddels zijn diverse natuurontwikkelingsprojecten in gang gezet. Planten - en diersoorten die van nature bij de rivieren thuishoren moeten weer terug komen er zich er zelfstandig kunnen handhaven.

De Allier in Frankrijk voorbeeld van een natuurlijke rivier

Klik op het plaatje voor een vergroting
Zo zag een laaglandrivier er uit voor het menselijk ingrijpen  


Klik op het plaatje voor een vergroting
Zo ziet de Rijn eruit in Nederland


Klik op het plaatje voor een vergroting


Rivieren als ecosysteem

Rivierwerken, landbouw en watervervuiling hebben voor de natuur nadelig uitgepakt. Op dit moment heeft het grootste deel van de uiterwaarden de bestemming landbouwgrond. Langs de Rijntakken is drie procent van het winterbed bebouwd en langs de Maas zelfs zeven procent. We zien maar 15 procent natuurlijke ecotopen (dat wil zeggen onbebouwd,niet intensief beheerd landschap). Het zomerbed is door kribben en baggerwerkzaamheden een stuk dieper dan onder natuurlijke omstandigheden. Natuurlijke oevers zijn er weinig; nevengeulen en ooibossen ontbreken bijna helemaal. Daarom komen typische riviersoorten als bruin cypresgras, zwarte populier en barbeel langs onze rivieren maar weinig voor.

Toch kan het rivierenlandschap heel rijk aan natuur zijn en die natuur houdt niet op bij de grenzen. Tal van dieren en planten kunnen zich verplaatsen langs de rivieren, die natuurgebieden van Zwitserland tot aan het IJsselmeer en van de Vogezen tot het Haringvliet met elkaar verbinden

Rivieren kennen van nature een grote dynamiek. Uiterwaarden overstromen en vallen weer droog, zand en slib worden afgezet en weer meegesleurd, kruiend ijs schuurt door het winterbed. Tot het oorspronkelijke rivierecosysteem behoren oevers die vaak dichtbegroeid met ooibos zijn. Er zijn zandige rivierduinen met een karakteristieke flora en een grote insectenrijkdom. In de nevengeulen, die door de uiterwaarden stromen, is paaigelegenheid voor riviervissen. Op dood hout in het water leven tal van insecten, weekdieren en garnaaltjes en op eilandjes in de stroom vinden vogels broedgelegenheid. Weer ander organismen leven in poelen, die regelmatig moeten overstromen. Dan vindt uitwisseling met de rivier plaats, het water wordt ververst en de larven kunnen zich van poel naar poel en naar de hoofdstroom verspreiden. Bij hoogwater komt ineens een uitbundige invasie van macrofauna uit  bovenstroomse gebieden op gang. In (neven)geulen speelt de stroomsnelheid van het water een grote rol. Een nevengeul die maar aan één kant met de rivier is verbonden en dus bijna stilstaat zal zich weer heel anders ontwikkelen dan eentje die (langzaam) meestroomt met de hoofdgeul. 

 

Natuurlijke begrazing maakt deel uit van het beheer van natuurontwikkelingsgebieden in de uiterwaarden. Deze begrazing zorgt ervoor dat het landschap zijn open karakter behoudt.

Meer informatie over natuurontwikkeling bezoek de site van DE STICHTING ARK

volgende pagina 2