Rijn en Maas
pagina 4

De Nederlandse Maas

In ons land is de Maas 250 kilometer lang en over die afstand daalt ze zo'n 45 meter. Van Eijsden tot Maastricht (9km) en van Borgharen tot Stevensweert (47km) vormt de Grensmaas (soms ook wel Gemeenschappelijke Maas genoemd) de grens tussen Nederland en België. Vanaf Maastricht tot aan Maasbracht kronkelt de Maas over ondiepe grindbanken, ongestuwd, snelstromend en vrijwel onbevaarbaar. Scheepvaart ontbreekt op dit traject, aangezien die over het parallel gegraven Julianakanaal gaat.  

Maastrajecten en illustraties van dwarsprofiel
Klik op het plaatje voor een vergroting
De ongestuwde Maas bij Heerewaarden
Klik op het plaatje voor een vergroting
Gestuwde Maas bij Alphen
Klik op het plaatje voor een vergroting

Ook het Maasplassengebied bij Maasbracht en Roermond draagt bij aan het eigen karakter van de Maas. Het bestaat uit vele, voor de grindwinning gegraven plassen, merendeels in open verbinding met de Maas, die er traag doorheen kronkelt. De gestuwde Maas, van Maasbracht tot aan Lith, is goed bevaarbaar. Het gebied wordt intensief gebruikt voor transport, landbouw en recreatie. In de toekomst wordt de gestuwde Maas een belangrijke verbindende schakel tussen grote natuurgebieden zoals de Grensmaas, Fort Sint Andries, de Biesbosch en de Gelderse Poort. Het Limburgse deel van de Maas, ongeveer tot aan Mook, is niet bedijkt. Het deel van het Maasdal dat kans loopt te overstromen behoort tot het winterbed van de rivier. In het laatste traject vanaf Lith, de Getijde Maas, is de rivier ongestuwd en kan het water vrij afstromen. De invloed van het getij is via de Nieuwe Waterweg tot aan Lith merkbaar. 

 

Landgebruik in de uiterwaarden van de grote rivieren (percentages)
Rijntakken Maastrajecten
  Bovenrijn
Waal
Pannerdens 
kanaal Nederrijn 
Lek
IJssel Grensmaas Gestuwde Maas Getijden
maas
Bos(natuur)
Ruigte/moeras
Grasland(Natuur)
Water
Productiebos
Akker
Productiegrasland
Bebouwing
Overige

Totaal natuur
Totaal niet natuur

4
5
1
19
0
4
61
5
1

29
71
1
2
5
11
1
4
69
5
1

20
80
1
1
3
11
1
8
72
3
1

16
84
5
6
5
14
5
30
23
11
1

30
70
5
3
4
8
4
31
33
12
1

19
81
3
2
5
17
1
14
50
4
2

28
72
 


Verschillen tussen Rijn en Maas

Tussen Rijn en maas bestaan opmerkelijke verschillen. De afvoer van de Rijn is om te beginnen veel groter: gemiddeld stroomt 2.300 m3 Rijnwater per seconde bij Lobith ons land binnen. De afvoer van de Maas is veel kleiner en veel wisselvalliger: gemiddeld 230 m3 per seconde bij Eijsden. De maximumafvoer van de Maas is zo'n 150 maal groter dan de minimumafvoer, bij de Rijn bedraagt die variatie 'slechts ' een factor 20. Op de Europese top - tien neemt de Rijn , wat haar stroomgebied betreft, de vierde plaats in  na Wolga, Donau en Wisla. Kijken we naar de lengte van de rivier en naar de afvoer, dan komt de Rijn in Europa zelfs op de derde plaats. De Maas volgt pas op de negende plaats.

De Maas is vrijwel permanent gestuwd om scheepvaart mogelijk te maken. Hierdoor heeft de Maas een wezenlijk ander karakter gekregen dan de Rijntakken, want de Waal en IJssel stromen vrij af. De Rijntakken zijn overal bedijkt, de Maas alleen in de benedenloop. In het gebied tussen de riviertakken liggen de polders als badkuipen achter de dijken. Bij een dijkdoorbraak zou de ramp niet te overzien zijn. Grote delen van Gelderland, Utrecht, Zuid - Holland en Noord - Brabant zouden snel overstromen, waarbij het overstromingswater metershoog komt te staan. Opmerkelijk is dat stroomopwaarts van Mook geen dijken langs de Maas liggen. Hier stroomt de Maas door een dal waarvan de wanden geleidelijk oplopen, als natuurlijke dijken. Er liggen geen poldergebieden die door rivierdijken tegen overstroming beschermd worden. Hier is dan ook geen levensgevaar bij hoogwater. Niettemin is voor het intensief gebruikte winterbed in het Maasdal  het overstromingsgevaar natuurlijk niet uit te vlakken.

 

Volgende pagina 5