pagina
6
Rivierwerken in
het verleden (vervolg)
Een goede verdeling van
het water over de riviertakken heeft de mens al eeuwen zorg gebaard. Bij
het touwtrekken om de waterverdeling over de Rijntakken speelden naast
hoogwaterbescherming ook militaire - , handels en scheepvaartbelangen.
In de loop van de 15e eeuw begon de IJssel steeds meer te verzanden. Dit
vormde een steeds grotere belemmering voor de Hanzesteden langs de
IJssel. Door de onderlinge rivaliteit kwamen de Hanzesteden echter niet gezamenlijk
in actie. De IJssel raakte zozeer verzand, dat Spaanse soldaten haar
tijdens de 80 - jarige oorlog te voet konden oversteken. Pas aan het
eind van de zestiende eeuw, na het stichten van de Republiek de Zeven
Verenigde Nederlanden, kwam het waterbeheer op de politieke agenda. Een
betere afvoerverdeling moest de Rijntakken meer geschikt maken als
flankdekking tegen de aanvallen uit het oosten. In 1701 besloten de
Staten - Generaal tot de aanleg van een retranchement - een
verdedigingswal met een gracht - tussen de Waal en de Nederrijn ten
Westen van Pannerden. In 1707 werd deze gracht uitgebreid tot het
Pannerdens Kanaal, waarmee een betere afvoerverdeling over de
\rijntakken werd bereikt. Pas tijdens de Bataafse Republiek in 1798 kwam
er een centraal bestuursapparaat, dat zich met de waterstaatszorg en rivierverbeteringen
ging bezighouden, de Rijkswaterstaat.
|
 |
Kaartje
splitsingspunten Rijn, Waal en IJssel
1798
Klik op het plaatje voor een
vergroting |
Normalisatie
van de Waal in de 18e eeuw. De breedte van het zomerbed werd
teruggebracht van meer dan 500m tot 260m, eilanden en zandbanken
verwijderd en de oevers werden met kribben vastgelegd.
Klik op het plaatje voor een vergroting
|
Al vanaf de Romeinse tijd stond de Waal bij Heerewaarden in open
verbinding met de Maas. Tijdens hoog water stroomde water van de Waal
naar de Maas af. De Maas kon dit niet verwerken, wat tot dijkdoorbraken
leidde. En de Waal verloor benedenstrooms door dit waterverlies aan
vermogen om sediment te transporteren, met aanzanding van het rivierbed
en hoge waterstanden in dit riviervak als gevolg. Beneden
Gorinchem v;loeiden Waal en Maas samen maar de Merwede had onvoldoende
capaciteit om dit water af te voeren. Tot in de vorige eeuw was het
zomerbed van de rivieren breed en ondiep, met eilanden en middelzanden.
Dit maakte de rivier soms moeilijk bevaarbaar en de kans op ijsvorming
en ijsdammen, met alle risico's van dien, was groot.
Om aan deze problemen een einde te maken werd
rond 1850 begonnen met een omvangrijke rivierverbetering. Het zomerbed
werd systematisch vastgelegd en versmald (genormaliseerd), de vaargeul
uitgebaggerd, eilanden en zandbanken verwijderd en rivierbochten
afgesneden. De oevers werden vastgelegd door kribben en leidammen en
verstevigd met stenen. De Waal en Maas bij Heerewaarden werden in 1856 door
een sluis gescheiden, terwijl het graven van de Nieuwe Merwede bij
Gorinchem (1876) zorgde dat de Waal voortaan het water beter kon
afvoeren.
De Bergse Maas (1904) gaf het Maaswater een
kortere weg naar de Amer en Hollands Diep. Tussen 1918 en 1929 werd de
Maas tussen Grave en Maasbracht gekanaliseerd, waarbij in Grave, Sambeek,
Belfeld. Roermond en Linnen stuwen en schutsluizen gebouwd werden. In
1935 kwam het Julianakanaal tussen Borgharen (met stuw) en Maasbracht
gereed, waarmee het 47 km lange, vrijwel onbevaarbare traject van de
Grensmaas werd overbrugd. Bochtafsnijding in de jaren dertig hebben de
Maas beneden Grave 30 procent korter gemaakt.
| De
stuw in Lith is de laatste stuw in de Maas. Tot hier is het
verschil van eb en vloed van de zee nog merkbaar. |
Volgende pagina
7 |