| Waterverdeling |
|
pagina
1 Water vormt voor ons land niet alleen een bedreiging, we maken er ook dankbaar gebruik van. Het grootste deel van het zoetwater in Nederland wordt aangevoerd via de Rijn en de Maas. Voor de vele watergebruikers is een goede en rechtvaardige waterverdeling nodig. Dat geldt vooral tijdens droge zomermaanden, als er weinig water in de rivieren staat, terwijl de watervraag juist extra groot is. Waterbalans Nederland heeft een gematigd zeeklimaat met een regelmatige verdeling van de neerslag over het gehele jaar. Gemiddeld bedraagt de totale jaarlijkse neerslag zo'n 760 mm, wat overeenkomt met een gemiddelde waterstroom van ca. 950m3/sec. Dat is ongeveer 30 procent van de totale hoeveelheid water die Nederland binnenkomt via de rivieren. Maar liefst 65 procent van het zoete oppervlaktewater i ons land is afkomstig van de Rijn en nog eens 8 procent van de Maas. De kleinere grensoverschrijdende rivieren complementeren het beeld. De verdamping uit open water varieert van ongeveer 0mm/per dag in de winter tot 4 à 5 mm per dag in de zomer. Globaal genomen is er in de zomer een neerslagtekort en in de winter een overschot.
Jaarlijks wordt zo'n 16.000miljoen kubieke meter Rijn - en Maaswater aan deze beide rivieren onttrokken. Het wordt ondermeer benut voor de beregening en voor het doorspoelen van zilte polders. Vooral in West - Nederland is het grondwater brak tot zout. Rivierwater wordt ook gebruikt voor de drinkwaterbereiding. Ook de industrie is een grootverbruiker, nog afgezien van het koelwaterverbruik voor de elektriciteitscentrales.
einde van dit hoofdstuk naar Binnenvaart
|
|||||||||